ECLI:NL:PHR:2005:AR7931
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht en kinderalimentatie bij niet-verschijnen van moeder in hoger beroep
De zaak betreft een verzoek van de man om de alimentatiebijdrage voor zijn minderjarige zoon te verlagen of te beëindigen, waarbij de vrouw in hoger beroep niet is verschenen en geen recente inkomensgegevens heeft verstrekt. De rechtbank wees het verzoek af, waarna het hof de bijdrage verlaagde naar €85 per maand, rekening houdend met de draagkracht van de man en de onderhoudsplicht van de stiefvader.
De man stelde in cassatie dat het hof onjuist had geoordeeld door de inkomensgegevens van de vrouw als vaststaand te beschouwen ondanks haar niet-verschijnen en het ontbreken van recente gegevens. Ook betoogde hij dat het hof onvoldoende rekening hield met de draagkracht van de vrouw en haar nieuwe echtgenoot, en dat de belangen van zijn nieuwe partner ten onrechte werden genegeerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de beschikbare gegevens heeft gebruikt en dat het niet verschijnen van de vrouw voor haar eigen risico komt. Het hof hoefde de man niet in alle gevallen te volgen en mocht zijn draagkracht ambtshalve beoordelen. De belangen van het kind gaan voor die van de nieuwe partner van de man. De verdeling van de onderhoudsverplichting tussen man en stiefvader is afhankelijk van draagkracht en de feitelijke verhouding tot het kind.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is om het cassatieberoep te verwerpen, waarmee de beslissing van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de man een bijdrage van €85 per maand moet betalen voor kinderalimentatie.