ECLI:NL:PHR:2005:AR7932
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens tekortschieten in medewerking ondanks psychische problemen
Verzoeker was onder schuldsaneringsregeling gesteld door de rechtbank Amsterdam op 10 september 2001. Tijdens de regeling ontstonden nieuwe schulden bij de Gemeentelijke Sociale Dienst (GSD) en een achterstand in de afdracht aan de boedel. De rechter-commissaris stelde voor de regeling tussentijds te beëindigen wegens het niet nakomen van verplichtingen door verzoeker.
De rechtbank beëindigde de regeling op 3 maart 2004 en benoemde een curator in het faillissement van verzoeker. Verzoeker ging in hoger beroep, maar het hof bekrachtigde het vonnis op 9 april 2004. Verzoeker stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat de regeling terecht was beëindigd omdat verzoeker ernstig en verwijtbaar tekort was geschoten in zijn verplichtingen, met name het niet afdragen van inkomsten boven het vrij te laten bedrag aan de boedel. De psychische problemen van verzoeker werden erkend, maar vormden geen beletsel voor beëindiging. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens tekortschieten in medewerking.