ECLI:NL:PHR:2005:AR8209
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verlies Nederlandse nationaliteit door verblijf in Suriname volgens Toescheidingsovereenkomst
Verzoekster, geboren in Suriname en sinds 1975 in Nederland gevestigd, vroeg bij de rechtbank vaststelling van haar Nederlandse nationaliteit op grond van art. 17 Rijkswet Pro op het Nederlanderschap. De rechtbank wees het verzoek af omdat verzoekster volgens art. 5 lid 2 van Pro de Toescheidingsovereenkomst (TOS) langer dan twee jaar in Suriname verbleef vóór 1 januari 1986, waardoor zij de Surinaamse nationaliteit verkreeg en de Nederlandse verloor.
Verzoekster ging in cassatie tegen deze beslissing met vier middelen, waaronder het ontbreken van een conclusie van de officier van justitie en het niet horen van getuigen. De Hoge Raad verwierp deze middelen en oordeelde dat het openbaar ministerie voldoende was gehoord, en dat de rechtbank niet verplicht was getuigenverhoor te gelasten.
De Hoge Raad bevestigde tevens dat het verblijf van verzoekster in Suriname en het feit dat zij meerdere Surinaamse paspoorten ontving, wijzen op het verkrijgen van de Surinaamse nationaliteit en het verlies van de Nederlandse. De uitleg van begrippen als woonplaats en verblijf in de TOS werd door de Hoge Raad bevestigd aan eerdere jurisprudentie. Klachten over de toepassing van Surinaams recht konden in cassatie niet worden getoetst.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde de beschikking van de rechtbank dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft verloren en de Surinaamse nationaliteit bezit.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft verloren en de Surinaamse nationaliteit bezit.