ECLI:NL:PHR:2005:AR8283

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01217/04 H
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 467 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling rijden onder invloed en belediging

Op 4 september 2001 werd een persoon aangehouden die aanvankelijk valse persoonsgegevens opgaf. Later bleek dat de aangehouden persoon niet de aanvrager was, maar vermoedelijk diens broer die zich van valse gegevens bediende. De aanvrager werd bij verstek veroordeeld door de Politierechter te Maastricht voor rijden onder invloed en belediging.

Tegelijkertijd werd de aanvrager door de Kantonrechter te Sittard veroordeeld wegens het opgeven van een valse naam, maar in hoger beroep sprak het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch hem vrij omdat was vastgesteld dat hij niet degene was die was aangehouden.

De Hoge Raad concludeert dat de Politierechter door de persoonsverwisseling is misleid en dat het vonnis tot vrijspraak zou hebben geleid indien de juiste feiten bekend waren geweest. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling volgens art. 467 Sv Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug naar het hof voor nieuwe behandeling.

Conclusie

Griffienr. 01217/04 H
Mr. Wortel
Zitting:21 december 2004
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. De bovengenoemde persoon - hierna de aanvrager - heeft bij schriftuur herziening verzocht. De aanvaag moet doelen op een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Maastricht van 23 mei 2002, waarbij de aanvrager ter zake van (kort en feitelijk gezegd) rijden onder invloed en belediging is veroordeeld tot een werkstraf van 64 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 32 dagen hechtenis.
2. Op 4 september 2001 is iemand door de politie aangehouden die aanvankelijk opgaf te zijn genaamd [naam A], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, maar later verklaarde dat zijn voornamen luiden: [naam aanvrager].
De aanvrager is genaamd [aanvrager]. Hij is geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.
3. Ter zake van de op 4 september 2001 geconstateerde strafbare feiten zijn tegen de aanvrager twee strafvervolgingen ingesteld. Bij vonnis van 1 juli 2003 is hij door de Kantonrechter te Sittard tot straf veroordeeld wegens het opgeven van een valse naam. Een vervolging wegens rijden onder invloed en belediging heeft tot het bovengenoemde vonnis van de Politierechter te Maastricht gevoerd.
4. Tegen het vonnis van de Kantonrechter is hoger beroep ingesteld. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft de aanvrager vrijgesproken, overwegende dat een politiefunctionaris ter terechtzitting in hoger beroep heeft vastgesteld dat de aanvrager niet degene is die op 4 september 2001 werd aangehouden (terwijl ook de handtekening op identiteitsbewijzen van de aanvrager niet lijken op de handtekeningen die door de aangehouden persoon zijn geproduceerd).
5. Bij aanvullend proces-verbaal hebben de verbalisanten desgevraagd verklaard dat zij op 4 september 2001, nadat de aangehouden persoon de voornamen [voornamen naam A] had opgegeven, hebben vastgesteld dat de auto, waarin deze persoon reed was geregistreerd op naam van [aanvrager], waarna de aangehouden persoon als voornamen [voornamen aanvrager] opgaf. Op grond van verificatie van deze gegevens hebben de verbalisanten aangenomen dat de derde voornaam [...] moest zijn.
De verbalisanten vermoeden dat een broer van de aanvrager in diens auto heeft gereden en zich van valse persoonsgegevens heeft bediend.
6. Het vorenstaande wekt het ernstig vermoeden dat ook de Politierechter te Maastricht door de persoonsverwisseling is misleid, en dat diens onherroepelijk vonnis tot vrijspraak zou hebben gestrekt indien de juiste toedracht de Politierechter bekend was geweest.
De aanvrage is derhalve gegrond.
7. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het op 23 mei 2002 door de Politierechter in de Rechtbank te Maastricht gewezen vonnis zal bevelen, en de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch zal verwijzen teneinde op de voet van art. 467 Sv Pro opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,