ECLI:NL:PHR:2005:AR8296
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontnemingsmaatregel wegens vervangende hechtenis en draagkrachtverweer
In deze zaak heeft het Gerechtshof te Leeuwarden veroordeelde een ontnemingsmaatregel opgelegd ter grootte van €203.751,81, subsidiair 995 dagen hechtenis. Verzoeker stelde cassatie in tegen de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en tegen de beslissing omtrent het draagkrachtverweer.
Het hof baseerde de schatting op onverklaarbare inkomsten en uitgaven in de boekhouding van het garagebedrijf van de echtgenote van verzoeker, waarbij het hof aannam dat deze verband hielden met de hennepteelt. Verzoeker had een plausibele verklaring aangevoerd, maar het hof achtte zijn eerdere politieverklaringen geloofwaardiger.
Ten aanzien van het draagkrachtverweer had de raadsman van verzoeker expliciet verzocht om rekening te houden met diens financiële situatie, maar het hof oordeelde dat verzoeker voldoende draagkracht had, mede gelet op het geschatte vermogen en het conservatoir beslag.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van art. 511e.1 Sv en de toepasselijke artikelen het hof op straffe van nietigheid een gemotiveerde beslissing moest geven over het draagkrachtverweer, hetgeen hier was gebeurd. Wel vernietigde de Hoge Raad het deel van de uitspraak waarbij vervangende hechtenis was opgelegd, vanwege de toepassing van art. 577c Sv.
De overige klachten werden verworpen, waardoor het beroep grotendeels werd afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de ontnemingsmaatregel met vervangende hechtenis en verwerpt het beroep voor het overige.