ECLI:NL:PHR:2005:AR8880
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt redelijke draagkrachtbepaling bij kinderalimentatie na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben vier kinderen. Na hun echtscheiding is de man verplicht tot betaling van kinderalimentatie. De man voerde aan dat hij door het wegvallen van de arbeidsparticipatie van de vrouw en de omgangsregeling met de kinderen extra kosten moest maken voor bedrijfshulp bij zijn melkveebedrijf.
De rechtbank stelde de kinderalimentatie vast op een lager bedrag dan door de vrouw gevorderd en wees partneralimentatie af. Het hof verhoogde de kinderalimentatie, maar nam niet alle door de man opgevoerde kosten voor bedrijfshulp in aanmerking, omdat niet was aangetoond dat deze kosten noodzakelijk waren.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de draagkracht van de man op redelijke wijze heeft vastgesteld, waarbij het hof rekening mocht houden met de noodzaak en omvang van de kosten. Het hof hoefde niet alle kosten volledig te accepteren, en zijn motivering voldeed aan de eisen. Ook het incidentele middel over het buiten beschouwing laten van het eigen vermogen van de man faalde, omdat partijen hierover niet hadden gedebatteerd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de redelijke vaststelling van kinderalimentatie en het niet volledig in aanmerking nemen van bedrijfshulpkosten.