ECLI:NL:PHR:2005:AR8903
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van verplichte betaling van parkeerbelasting via chipkaart en Europese rechtspraak
In deze zaak staat centraal of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen en andere gemeenten de betaling van parkeerbelasting mogen beperken tot uitsluitend elektronische betaling via chipkaart, en of deze beperking verenigbaar is met nationale en Europese wetgeving.
De feiten betreffen naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd omdat ter plaatse alleen met chipknip kon worden betaald. Belanghebbenden voerden aan dat betaling in contanten wettelijk is gegarandeerd en dat uitsluiting daarvan onrechtmatig is. Het Gerechtshof Arnhem oordeelde dat een regeling die betaling uitsluitend via chipkaart toestaat onverbindend is, omdat belastingplichtigen op toereikende wijze in de gelegenheid moeten worden gesteld de belasting te voldoen.
De Hoge Raad bespreekt de wettelijke grondslagen, met name artikel 234 en Pro 257 Gemeentewet en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. De conclusie is dat het Besluit verbindend is indien aan waarborgen wordt voldaan, zoals voldoende praktische mogelijkheden voor betaling. Tevens wordt het juridische karakter van chipknipbetalingen geanalyseerd, waarbij wordt vastgesteld dat chipknip geen wettig betaalmiddel is in de zin van artikel 6:112 BW Pro, maar wel een girale betaling kan zijn.
Ten aanzien van Europees recht wordt onderzocht of de uitsluiting van contante betaling in strijd is met de Verordening 974/98 over de euro en de vrije verkeer van diensten binnen de EU. Er wordt geconcludeerd dat de regeling mogelijk een verboden discriminatie vormt jegens buitenlandse burgers die in Nederland parkeren, omdat zij niet op gelijke wijze kunnen betalen en de regeling hen extra kosten oplegt. De Hoge Raad adviseert prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU over de uitleg van 'openbare redenen' in de Verordening en de rechtmatigheid van de betalingsbeperking.
De zaak benadrukt de noodzaak dat gemeenten bij het invoeren van elektronische betalingsverplichtingen voldoende rekening houden met toegankelijkheid en non-discriminatie, met name voor buitenlandse gebruikers, en dat dergelijke beperkingen proportioneel en gerechtvaardigd moeten zijn.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat betaling via chipkaart kan worden verplicht mits aan wettelijke waarborgen wordt voldaan, maar adviseert prejudiciële vragen over Europese rechtmatigheid en benadrukt het verbod op discriminatie van buitenlandse gebruikers.