ECLI:NL:PHR:2005:AR8923
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk zonder vergunning veranderen van inrichting volgens Wet milieubeheer
Verzoekster werd door het gerechtshof veroordeeld tot een geldboete van € 25.000 wegens het opzettelijk zonder vergunning veranderen van een inrichting die zij dreef, in strijd met artikel 8.1.1.b van de Wet milieubeheer. De zaak betrof de opslag van grote hoeveelheden big bags met zinkoxide, een gevaarlijke afvalstof, op het terrein van haar inrichting, inclusief een deel dat zij aan derden verhuurde.
Verzoekster voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was in hoger beroep, dat zij afwezigheid van alle schuld had en dat sprake was van overmacht omdat zij geen normadressaat was voor het verbod. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat het gedogen beperkt was tot een bepaald aantal big bags en tot een bepaalde datum, en dat verzoekster zich in de situatie had gebracht door zelf de opslag toe te laten en mede te faciliteren.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de akte van appèl terecht had uitgelegd en dat het openbaar ministerie ontvankelijk was. Ook bevestigde de Hoge Raad dat verzoekster als drijver van de inrichting strafrechtelijk aansprakelijk was, ook voor het verhuurde deel, vanwege haar zeggenschap en betrokkenheid. Het beroep op overmacht en afwezigheid van schuld faalde, evenals de klachten over de bewijslast en de interpretatie van de chemiekaart. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Verzoekster is veroordeeld tot een geldboete van € 25.000 wegens opzettelijk zonder vergunning veranderen van haar inrichting.