ECLI:NL:PHR:2005:AR8934
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van verplichte chipknipbetaling voor parkeerbelasting en strijd met Europees recht
In deze zaak staat centraal de vraag of het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam terecht heeft bepaald dat parkeerbelasting uitsluitend via een chipknip betaald kan worden. Belanghebbende parkeerde zijn auto in Rotterdam, waar alleen met een chipknip kon worden betaald. Omdat hij niet over een chipknip beschikte, werd een naheffingsaanslag opgelegd.
De Hoge Raad onderzoekt de wettelijke grondslag voor deze regeling, waarbij zowel artikel 234 van Pro de Gemeentewet als artikel 1a van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen relevant zijn. De regeling stelt dat betaling uitsluitend elektronisch via chipkaarten kan plaatsvinden, mits voldoende praktische middelen beschikbaar zijn. In Rotterdam zijn chipkaarten verkrijgbaar, maar de beschikbaarheid en toegankelijkheid voor buitenlanders zijn beperkt, met name buiten reguliere openingstijden.
Juridisch wordt besproken of chipknipbetaling als betaling met wettig betaalmiddel kan worden beschouwd. De conclusie is dat chipknip geen wettig betaalmiddel is in de zin van artikel 6:112 BW Pro, maar een vorm van girale betaling of een andere prestatie. De regeling voldoet aan eisen van redelijkheid en billijkheid, mits de praktische mogelijkheden voldoende zijn.
Vervolgens wordt de regeling getoetst aan Europees recht, met name de Verordening 974/98 betreffende de euro en het vrije verkeer van diensten binnen de EU. De Hoge Raad concludeert dat het uitsluiten van chartale euro als betaalmiddel niet gerechtvaardigd is op grond van openbare orde of veiligheid. Bovendien vormt de regeling een ongerechtvaardigde belemmering van het vrije verkeer van diensten en een verboden indirecte discriminatie van EU-burgers die geen Nederlandse chipkaart hebben. De Hoge Raad adviseert prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU over de uitleg van 'openbare redenen' in de Verordening.
Uitkomst: De verplichte betaling van parkeerbelasting via chipknip is wettelijk mogelijk maar vormt een ongerechtvaardigde belemmering van het vrije verkeer van diensten en verboden indirecte discriminatie van EU-burgers.