ECLI:NL:PHR:2005:AS1786
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij medeplichtigheid aan gewapende overval
In deze zaak stond de medeplichtigheid van de verdachte aan een gewapende overval centraal. De verdachte had zijn scooter uitgeleend aan de hoofdpleger van de overval, met de afspraak deze na de overval op een afgesproken plaats en tijdstip terug te nemen. De overval vond plaats op 11 april 2001 in Utrecht, waarbij een geldloper met geweld werd beroofd van een koffer met bijna 34.000 gulden.
De verdachte was op de hoogte van de plannen van de hoofdpleger, die hem vertelde dat hij een pistool zou gebruiken en dat het zijn 'grote dag' zou worden. Het hof concludeerde dat de verdachte zich willens en wetens blootstelde aan de aanmerkelijke kans dat zijn scooter zou worden gebruikt bij de overval en dat hij daarmee medeplichtig was. De Hoge Raad vond dit oordeel niet onjuist of onbegrijpelijk.
De verdediging voerde aan dat het bewijs niet voldeed om dubbel opzet aan te tonen, maar de Hoge Raad bevestigde dat voorwaardelijk opzet voldoende is voor medeplichtigheid. Ook het feit dat de verdachte na de overval zijn scooter terugnam zonder zich te distantiëren van de situatie, ondersteunde het oordeel van het hof. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de verdachte voor medeplichtigheid aan een gewapende overval met voorwaardelijk opzet.