ECLI:NL:PHR:2005:AS1872
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening Schiedammer parkmoord wegens nieuw DNA-bewijs en bekentenis nieuwe verdachte
De zaak betreft de herziening van het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 maart 2002, waarbij de aanvrager veroordeeld werd voor de Schiedammer parkmoord. Nieuwe feiten kwamen aan het licht nadat een andere verdachte, hierna aangeduid als verdachte, een gedetailleerde bekentenis aflegde over de moord en aanverwante feiten.
DNA-onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut en het FLDO toonde aan dat het DNA op het slachtoffer niet overeenkomt met dat van de veroordeelde, maar wel met dat van de nieuwe verdachte. Dit nieuwe bewijs was ten tijde van het oorspronkelijke vonnis niet bekend en wekt een ernstig vermoeden dat de veroordeelde onterecht is veroordeeld.
De Hoge Raad concludeert dat de aanvrage tot herziening gegrond is en beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis. De zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling, waarbij het hof kan besluiten het vonnis te handhaven of te vernietigen en de verdachte vrij te spreken.
De zaak illustreert het belang van DNA-bewijs en de mogelijkheid tot herziening bij nieuwe feiten die het oorspronkelijke oordeel fundamenteel kunnen beïnvloeden.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond, schorst de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof.