ECLI:NL:PHR:2005:AS2477

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01294/04
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWWet persoonsregistraties
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen valsheid in geschrift en verzwijgen met oogmerk bijstand te verkrijgen

In deze zaak heeft het Gerechtshof te Amsterdam verdachte veroordeeld wegens medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van enig gegeven verzwijgen met het oogmerk om voor zichzelf bijstand of hogere bijstand te verkrijgen dan wel te behouden. Voor gedragingen gepleegd voor 3 augustus 1993 verklaarde het hof het Openbaar Ministerie wegens verjaring niet-ontvankelijk.

Verdachte werd veroordeeld tot het verrichten van 60 uur onbetaalde arbeid in plaats van een gevangenisstraf van vier weken. Namens verdachte werden twee middelen van cassatie voorgesteld, welke gelijkluidend waren aan die in een verwante zaak.

De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de stukken onvoldoende aanknopingspunten bevatten voor nader onderzoek naar de herkomst van de startinformatie die door de verdediging werd verondersteld. De verdediging had onvoldoende onderbouwing geleverd, mede omdat niet duidelijk was uit welk persoonsregister de informatie afkomstig was.

De Hoge Raad ziet geen reden om het bestreden arrest te vernietigen en wijst het cassatieberoep af. De veroordeling en straf blijven daarmee in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot 60 uur onbetaalde arbeid blijft in stand.

Conclusie

Nr. 01294/04
Mr. Vellinga
Zitting: 11 januari 2005
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft het Openbaar Ministerie ten aanzien van het als feit 2 aan verdachte tenlastegelegde, voor zover het gedragingen betreft gepleegd voor 3 augustus 1993, wegens verjaring niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. Voorts is verdachte door het Hof wegens 1. medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en 2. medeplegen van enig gegeven verzwijgen met het oogmerk om aldus voor zichzelf bijstand of hogere bijstand te verkrijgen dan wel te behouden, meermalen gepleegd en enig gegeven verzwijgen met het oogmerk om aldus voor zichzelf bijstand of hogere bijstand te verkrijgen dan wel te behouden, meermalen gepleegd, veroordeeld tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van 60 uren, in plaats van 4 weken gevangenisstraf.
2. Namens verdachte heeft mr. G. Meijers, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Deze zaak hangt samen met de zaak [medeverdachte] onder griffienummer 01295/04 waarin ik heden eveneens concludeer.
4. De middelen zijn gelijkluidend aan die in de verwante zaak nr. 01295/04. De middelen behoeven niet tot cassatie te leiden op de gronden vermeld in de conclusie in die zaak, waarnaar ik kortheidshalve verwijs.
5. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG