ECLI:NL:PHR:2005:AS2513
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken inhoud bewijsmiddelen bij profijtontneming
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin het hof het vonnis van de rechtbank bevestigde. De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 78.000,- wegens medeplegen van meerdere overtredingen van de Opiumwet.
De kern van het cassatieberoep betreft de vraag of het vonnis voldoet aan de eisen van art. 511e lid 1 jo. 359 lid 1 Sv, die voorschrijven dat de rechterlijke uitspraak op een vordering tot ontneming de inhoud van de bewijsmiddelen moet bevatten waarop de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd. Het hof verwees in het vonnis naar het vonnis in de hoofdzaak en een Exceloverzicht als bewijsmiddelen, maar nam de inhoud daarvan niet op.
De Hoge Raad oordeelt dat deze verwijzing zonder inhoudelijke weergave niet voldoet aan de wettelijke eisen en daarom tot nietigheid leidt. Het ontbreken van de inhoud van de bewijsmiddelen maakt het vonnis niet bevestigbaar. De Hoge Raad wijst op eerdere jurisprudentie waarin ditzelfde gebrek werd vastgesteld en benadrukt het belang van transparantie in de bewijsvoering bij ontnemingszaken.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde berechting. Er zijn geen ambtshalve gronden gevonden om het arrest te handhaven. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot vernietiging en verwijzing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van de inhoud van de bewijsmiddelen en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde berechting.