ECLI:NL:PHR:2005:AS2548
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen en handel in namaakgoederen en verboden middelen met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor medeplegen van meerdere strafbare feiten, waaronder deelname aan een criminele organisatie, handel in namaakgoederen, gebruik van vals geschrift, wapendelicten, overtreding van de Opiumwet, en belastingfraude. De opgelegde straf bestond uit dertig maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, en geldboetes.
Tijdens de procedure werd een verweer gevoerd dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, wat volgens de verdediging tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie zou moeten leiden. Het hof erkende de overschrijding, maar oordeelde dat dit slechts tot strafvermindering mocht leiden en verwierp het beroep op niet-ontvankelijkheid.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn voorlopige oordeel over de overschrijding van de redelijke termijn niet voldoende heeft gemotiveerd en dat het arrest daarom vernietigd moet worden voor wat betreft de strafoplegging. De Hoge Raad stelt de aanvang van de redelijke termijn op de datum van inverzekeringstelling en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor wat betreft de strafoplegging wegens overschrijding van de redelijke termijn en vermindert de straf.