ECLI:NL:PHR:2005:AS2685
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid CAO en passendheid aangeboden arbeid bij ziekte steigerbouwer
De zaak betreft een arbeidsconflict tussen een steigerbouwer en zijn werkgever over loonbetaling tijdens ziekte en de toepasselijkheid van de CAO Bouwbedrijf. De werknemer werd arbeidsongeschikt door schouderklachten en kreeg een aangepaste functie aangeboden die hij weigerde. De werkgever stopte daarop de loonbetaling en de arbeidsovereenkomst eindigde met wederzijds goedvinden.
De werknemer vorderde loonbetaling over de periode van ziekte, stellende dat de aangeboden functie niet passend was en dat de CAO Bouwbedrijf van toepassing was, waardoor hij recht had op volledige doorbetaling en bovenwettelijke aanvulling. De rechtbank wees de vorderingen toe, maar de werkgever kwam in cassatie met meerdere middelen.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onjuist had getoetst of de CAO van toepassing was, omdat zij de aard van de werkzaamheden in plaats van de aard van het bedrijf als criterium hanteerde. Tevens was onduidelijk of de aangeboden functie passend was, mede omdat een schriftelijk rapport van de medische dienst ontbrak en het bewijsaanbod van de werkgever niet was toegelaten.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak voor hernieuwde beoordeling. De uitspraak benadrukt het belang van juiste toetsing van CAO-toepasselijkheid en zorgvuldige bewijsvoering bij passendheid van arbeid in ziektegevallen.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de toepasselijkheid van de CAO en passendheid van de aangeboden arbeid.