ECLI:NL:PHR:2005:AS2747

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01976/04 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 467 SvArt. 34 WamWet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens onjuiste veroordeling voor het niet hebben van een motorrijtuigverzekering

De kantonrechter te Amsterdam heeft de aanvrager op 3 december 2003 veroordeeld wegens het niet sluiten en in stand houden van een verzekering voor een motorrijtuig op 26 juni 2002. De aanvrager heeft vervolgens een herzieningsverzoek ingediend op grond van art. 457 Sv Pro, omdat het motorrijtuig op de pleegdatum wel verzekerd was.

Ter onderbouwing van dit verzoek is een verklaring ex art. 34 Wam Pro van de verzekeringsmaatschappij overgelegd, waaruit blijkt dat het voertuig op de datum van het ten laste gelegde feit verzekerd was. Deze verklaring dateert van 10 juni 2004 en was niet bekend bij de kantonrechter tijdens het vonnis.

De Hoge Raad oordeelt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de kantonrechter bij kennis van deze feiten tot vrijspraak zou zijn gekomen. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling en beslissing.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling naar het gerechtshof.

Conclusie

Nr. 01976/04 H
Mr. Vellinga
Zitting: 11 januari 2005
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. De kantonrechter in de Rechtbank te Amsterdam heeft aanvrager bij vonnis van 3 december 2003 wegens "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden" begaan op 26 juni 2002 te Amsterdam veroordeeld tot een geldboete van € 346,- subsidiair 6 dagen hechtenis.
2. Namens aanvrager heeft mr. S. Dalhuizen, te Amsterdam een aanvrage tot herziening ingediend.
3. De aanvrage steunt op de stelling dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv, aangezien de motor op de pleegdatum wel verzekerd was. Ter staving van die stelling is bij de aanvraag een verklaring ex art. 34 Wam Pro van [A] N.V. overgelegd, inhoudende dat het motorrijtuig met kenteken [AA-00-BB] op de pleegdatum 26 juni 2002 verzekerd was.
4. De als bijlage gevoegde Wam-verklaring dateert van 10 juni 2004. Met deze verklaring kon de kantonrechter niet bekend zijn. Blijkens een schrijven van de aanvrager zelf zou de verzekeringsmaatschappij een foutieve meldcode hebben opgegeven waardoor de RDW ten onrechte een melding heeft gekregen dat het voertuig niet verzekerd was.
5. Een en ander levert mijns inziens het ernstig vermoeden op dat de kantonrechter, als hij met voormelde feiten en omstandigheden bekend was geweest, de aanvrager van het tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
6. De conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond verklaart, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv Pro opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG