ECLI:NL:PHR:2005:AS2747
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onjuiste veroordeling voor het niet hebben van een motorrijtuigverzekering
De kantonrechter te Amsterdam heeft de aanvrager op 3 december 2003 veroordeeld wegens het niet sluiten en in stand houden van een verzekering voor een motorrijtuig op 26 juni 2002. De aanvrager heeft vervolgens een herzieningsverzoek ingediend op grond van art. 457 Sv Pro, omdat het motorrijtuig op de pleegdatum wel verzekerd was.
Ter onderbouwing van dit verzoek is een verklaring ex art. 34 Wam Pro van de verzekeringsmaatschappij overgelegd, waaruit blijkt dat het voertuig op de datum van het ten laste gelegde feit verzekerd was. Deze verklaring dateert van 10 juni 2004 en was niet bekend bij de kantonrechter tijdens het vonnis.
De Hoge Raad oordeelt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de kantonrechter bij kennis van deze feiten tot vrijspraak zou zijn gekomen. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling naar het gerechtshof.