ECLI:NL:PHR:2005:AS3559
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ondernemerschap gemeente bij vervoer gehandicapten en weigert aftrek voorbelasting
In deze zaak staat centraal of de gemeente als ondernemer kan worden aangemerkt voor het vervoer van gehandicapten en daarmee recht heeft op aftrek van voorbelasting. De gemeente heeft een overeenkomst gesloten met een vervoerder (C) voor collectief aanvullend vervoer, waarbij gehandicapten een eigen bijdrage betalen aan C, en C een vergoeding ontvangt van de gemeente.
Het Hof Arnhem oordeelde dat de gemeente optreedt als overheid binnen een specifiek publiekrechtelijk regime en niet als ondernemer, omdat zij niet onder dezelfde voorwaarden handelt als particuliere marktdeelnemers. Het Hof stelde verder dat de vervoersprestaties door C worden verricht en niet door de gemeente.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel. De gemeente verricht geen prestaties in het economische verkeer, omdat zij geen contractuele vervoersverplichtingen aangaat en alleen een sociale voorziening verstrekt. Het feitelijke vervoer wordt door C uitgevoerd, en de gemeente handelt niet onder dezelfde juridische voorwaarden als private ondernemers. Ook het beroep op concurrentievervalsing faalt omdat de gemeente geen economische activiteiten verricht.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat de gemeente geen recht heeft op aftrek van voorbelasting voor deze vervoersactiviteiten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de gemeente niet als ondernemer optreedt en geen recht heeft op aftrek van voorbelasting voor het vervoer van gehandicapten.