ECLI:NL:PHR:2005:AS3731
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling betalingsverplichting pensioenpremie bij tussentijdse beëindiging arbeidsovereenkomst
In deze zaak staat centraal of de coöperatieve vereniging Avebe verplicht is om gedurende de volledige beoogde looptijd van vijf jaar van de arbeidsovereenkomst met de werknemer pensioenpremies te betalen, ook als het dienstverband tussentijds wordt beëindigd. De arbeidsovereenkomst bevatte een bepaling over betaling van pensioenpremies gedurende de 'totale looptijd van dit arbeidscontract', wat aanleiding gaf tot verschillende interpretaties.
De kantonrechter wees de vordering van de werknemer af, stellende dat Avebe slechts verplicht was tot betaling gedurende de feitelijke duur van het dienstverband. In hoger beroep oordeelde de rechtbank dat de bepaling zowel in de door de werknemer als door Avebe verdedigde zin kon worden uitgelegd, maar achtte de uitleg van de werknemer uitzonderlijk. De rechtbank gaf de werknemer bewijsopdracht om aan te tonen dat partijen uitdrukkelijk waren overeengekomen dat betaling van pensioenpremies ook bij tussentijdse beëindiging zou voortduren.
Na het horen van getuigen achtte de rechtbank het bewijs geleverd en wees de vordering toe. Avebe stelde beroep in cassatie in tegen dit vonnis. De Hoge Raad oordeelde dat het bestreden vonnis goed gemotiveerd is en dat de uitleg van de arbeidsovereenkomst overeenkomstig de Haviltex-norm correct is toegepast. De Hoge Raad verwierp de klachten van Avebe en bevestigde dat Avebe gehouden is de pensioenpremies te voldoen over de gehele beoogde looptijd van de arbeidsovereenkomst, ook bij tussentijdige beëindiging.
Uitkomst: Avebe is verplicht de pensioenpremies te betalen over de volledige beoogde looptijd van de arbeidsovereenkomst, ook bij tussentijdse beëindiging.