ECLI:NL:PHR:2005:AS3823
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekening draagkracht alimentatieplichtige na echtscheiding
Deze zaak betreft een geschil over de vaststelling van de draagkracht van een man ten behoeve van alimentatie na echtscheiding. De vrouw, verzoekster tot cassatie, betwist de door het hof vastgestelde draagkracht van de man, verweerder in cassatie. De man was hertrouwd met een vrouw die een minderjarige dochter heeft en stelde dat de alimentatie moest worden verlaagd of stopgezet.
De rechtbank had aanvankelijk de alimentatie vastgesteld op basis van de norm voor een echtpaar, rekening houdend met het inkomen van de nieuwe echtgenote. Het hof vernietigde deze beschikking en stelde de alimentatie vast op €351 per maand, waarbij het rekening hield met redelijke uitgaven van de man voor zijn nieuwe partner en haar kind, maar geen rekening hield met de kinderalimentatie die de nieuwe echtgenote ontvangt omdat deze niet de behoefte te boven gaat.
De Hoge Raad bevestigt dat de draagkracht van de alimentatieplichtige wordt bepaald door zijn vermogen om uit zijn middelen iets af te staan, rekening houdend met redelijke uitgaven, waaronder die voor een nieuwe partner en haar kind. Het hof heeft voldoende inzicht gegeven in de componenten die zijn meegewogen en is niet gehouden tot volledige becijfering. De klachten van de vrouw falen, en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de alimentatie wordt vastgesteld op €351 per maand.