ECLI:NL:PHR:2005:AS4128
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatige daad door benadeling boedel in faillissementsfraudezaak
In deze zaak stond centraal of eisers tot cassatie onrechtmatig hadden gehandeld door via een schijnconstructie een winkel uit de faillissementsboedel van betrokkene 1 te onttrekken. Betrokkene 1, die meerdere sigarenwinkels exploiteerde, was failliet verklaard nadat hij zijn laatste winkel had gesloten. De curator stelde dat eisers door de verkoop van een winkel aan Cheapskates B.V. en de financiële constructies daaromheen de boedel hadden benadeeld.
De rechtbank had de vorderingen van de curator gedeeltelijk toegewezen, het hof had deze vorderingen op grond van incidenteel appel van de curator volledig gegrond verklaard. Het hof oordeelde dat eisers onrechtmatig hadden gehandeld door de winkel uit de boedel te onttrekken en de koopprijs aan zichzelf toe te eigenen, zonder rekening te houden met de belangen van andere crediteuren.
Eisers voerden in cassatie aan dat het arrest onvoldoende duidelijk was over welke gedragingen als onrechtmatig waren aangemerkt en dat het hof buiten de rechtsstrijd was getreden door het incidenteel appel van de curator te honoreren zonder diens stelling van schijnconstructie te volgen. De Hoge Raad verwierp deze klachten en stelde dat het hof binnen de grenzen van de rechtsstrijd was gebleven en voldoende duidelijk had gemotiveerd waarom het onrechtmatig handelen aannemelijk was.
De Hoge Raad benadrukte dat het aan de rechter is om zelfstandig te beoordelen welke feiten en kwalificaties relevant zijn voor het oordeel over onrechtmatigheid, ook als partijen verschillen van mening over de rangschikking van feiten. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen, waarmee de eerdere uitspraak van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof oordeelt dat eisers onrechtmatig hebben gehandeld door benadeling van de faillissementsboedel.