ECLI:NL:PHR:2005:AS4179
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid persbericht bij strafrechtelijke transactie en beperking van openbaarmaking
In deze zaak stond centraal de vraag of het Openbaar Ministerie onrechtmatig handelt door bij aanvaarding van een strafrechtelijke transactie een persbericht uit te geven zonder instemming van de verdachte. Eisers waren tegen een persbericht dat het OM wilde uitbrengen na het sluiten van een transactie in een zaak van valsheid in geschrift. De rechtbank en het gerechtshof verwierpen de vorderingen van eisers, waarbij het hof oordeelde dat het persbericht geen onrechtmatige voorwaarde voor de transactie is en dat het OM bevoegd is tot het uitbrengen daarvan.
De Hoge Raad bevestigde dat het persbericht niet als een transactievoorwaarde kan worden aangemerkt, omdat art. 74 Sr Pro limitatief is in de voorwaarden die de officier van justitie mag stellen. Het persbericht is een eenzijdige mededeling van het OM en vereist geen instemming van de verdachte. De Hoge Raad verwierp ook het beroep op schending van het onschuldpresumptie en privacy, en het argument dat het OM misbruik van bevoegdheid zou maken door het persbericht als drukmiddel te gebruiken.
De Hoge Raad benadrukte dat eisers vrij zijn om het transactievoorstel te weigeren, en dat het OM de inhoud van het persbericht bepaalt en verantwoordelijk is voor de juistheid ervan. De subsidiaire vordering om openbaarmaking te beperken werd afgewezen wegens gebrek aan belang, omdat eisers niet tijdig aan de transactievoorwaarden hadden voldaan. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het OM mag een persbericht uitbrengen zonder instemming van de verdachte.