ECLI:NL:PHR:2005:AS4187
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over draagkrachtberekening kinderalimentatie en buitenlandtoelage bij echtscheiding
De zaak betreft een cassatieberoep over de draagkrachtberekening van een man die kinderalimentatie moet betalen na echtscheiding. De vrouw had bij de rechtbank een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen gevorderd, welke werd afgewezen wegens onvoldoende draagkracht van de man. Het hof vernietigde dit en stelde een bijdrage vast van €222,- per kind per maand voor de periode 27 maart 2002 tot 27 maart 2003, en €256,- vanaf 27 maart 2003.
De discussie in cassatie richt zich op de vraag of het hof terecht de verhoging van de buitenlandtoelage, toegekend vanwege het huwelijk van de man, als netto-inkomen heeft meegeteld. De toelage is bedoeld ter compensatie van bijzondere kosten en het ontbreken van arbeidsmogelijkheden voor gezinsleden in het buitenland. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit niet onbegrijpelijk heeft gedaan, mede omdat de vrouw in haar eigen levensonderhoud voorziet.
Een tweede punt betreft de terugwerkende kracht van de verhoging van de toelage: het hof rekende de verhoging vanaf december 2002 mee, maar hield deze ook al vanaf 27 maart 2002 aan. De Hoge Raad vindt dat dit onjuist is en vernietigt het vonnis op dit punt. Ten slotte is er een klacht over de behandeling van benzinebonnen die de man van zijn werkgever ontvangt voor reiskosten in het kader van omgang met de kinderen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit naar behoren heeft beoordeeld en deze klacht faalt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis vanwege onjuiste terugwerkende toepassing van de buitenlandtoelage bij de draagkrachtberekening en verwijst de zaak naar een ander hof.