ECLI:NL:PHR:2005:AS5953
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking medezeggenschap overheidspersoneel bij oprichting Shared Service Center HRM
Deze zaak betreft de reikwijdte van artikel 46d aanhef en onder b van de Wet op de ondernemingsraden (WOR), die de medezeggenschap van overheidspersoneel beperkt vanwege het primaat van de politiek. De Departementale Ondernemingsraden (DOR) van diverse ministeries verzochten de Ondernemingskamer te oordelen dat de Staat niet in redelijkheid tot het besluit tot oprichting van het Shared Service Center HRM (SSC HRM P&S) had kunnen komen zonder advies van de ondernemingsraad.
De Ondernemingskamer oordeelde dat het besluit valt onder het primaat van de politiek omdat het een publiekrechtelijke vaststelling van taken betreft, namelijk een herschikking van taken en verantwoordelijkheden tussen ministeries. Hoewel het besluit personele gevolgen heeft, strekt het niet in het bijzonder tot regeling daarvan, waardoor geen adviesrecht aan de ondernemingsraad toekomt.
De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en benadrukt dat het besluit van een democratisch gecontroleerd orgaan genomen moet zijn om onder het primaat van de politiek te vallen. De aard van het besluit is daarbij relevant. De Hoge Raad wijst op de wetsgeschiedenis en stelt dat de beperking van medezeggenschap niet verder mag gaan dan noodzakelijk ter bescherming van het primaat van de politiek. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de DOR en het incidentele beroep van de Staat, waarmee de beschikking van de Ondernemingskamer wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het besluit tot oprichting van het SSC HRM P&S onder het primaat van de politiek valt en dat de ondernemingsraad geen adviesrecht heeft.