ECLI:NL:PHR:2005:AS7572
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onrechtmatige bewijsuitsluiting bij jacht met fretten en netten
Op 16 januari 2003 werden meerdere mannen, waaronder de verdachte, gecontroleerd tijdens het jagen op konijnen met fretten en buidels in een gebied nabij Arnhem. De controle vond eerst plaats door ambtenaren zonder opsporingsbevoegdheid en daarna door bevoegde opsporingsambtenaren. Het hof sprak de verdachte vrij omdat het bewijs verkregen na de controle door onbevoegde ambtenaren onrechtmatig zou zijn verkregen en uitgesloten moest worden.
De verdachte gebruikte netten die volgens hem dienden als keringen om te voorkomen dat konijnen de snelweg op zouden vluchten, niet als vangnetten om dieren te vangen. Het hof oordeelde dat deze netten geen verboden vangmiddelen waren en sprak de verdachte vrij van het tweede tenlastegelegde feit.
De Procureur-Generaal stelde cassatie in tegen deze vrijspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het bewijs na de controle door onbevoegde ambtenaren onrechtmatig verkregen zou zijn. Ook was het onbegrijpelijk dat de bevoegde opsporingsambtenaren onrechtmatig zouden handelen door op basis van een tip onderzoek te doen. De uitleg van het begrip vangnet door het hof werd bevestigd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest, behoudens de vrijspraak voor het tweede feit, en verwees de zaak terug voor een nieuwe feitelijke beoordeling met inachtneming van de gegeven aanwijzingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling.