ECLI:NL:PHR:2005:AS8624
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verrekening stallingswinst onder het verdrag Nederland-Zwitserland en toepassing anti-misbruikbepaling
Belanghebbende, opgericht in 1990 met een Zwitserse vaste inrichting, had gedurende die periode een hogere winst toegerekend aan Zwitserland dan haar algemene resultaat. Na overdracht van aandelen en staken van de onderneming ontstond discussie over de verrekening van gestalde winst uit Zwitserland in 1998.
De inspecteur weigerde een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting op grond van artikel 10, tweede lid, BVDB, een anti-misbruikbepaling. Het Hof oordeelde echter dat deze bepaling niet van toepassing is, mede omdat het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989 (BVDB) slechts de stallingsregeling van artikel 3, derde en vierde lid, toepast op Zwitserland, en niet de anti-misbruikbepaling.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het rechtszekerheidsbeginsel aan materiële terugwerkende kracht van de anti-misbruikbepaling in de weg staat. De regeling is een beleidsregel die strikt moet worden uitgelegd en die belastingplichtigen niet onverwacht mag treffen. Tevens is vastgesteld dat de stallingsbeschikkingen, hoewel soms na de termijn gegeven, rechtsgeldig zijn en dat belanghebbende aan de voorwaarden voor toepassing van de stallingsregeling heeft voldaan.
De conclusie is dat belanghebbende recht heeft op de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting voor het gestalde buitenlandse inkomen uit Zwitserland, ook voor bedragen van vóór 1995, en dat het beroep van de Staatssecretaris wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en belanghebbende heeft recht op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting voor gestalde winst uit Zwitserland.