ECLI:NL:PHR:2005:AS9035
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt erkenning van buitenlands Imamhuwelijk en familierechtelijke status kind
De zaak betreft een verzoek van een vrouw tot cassatie tegen een beschikking van het hof dat een in België gesloten Imamhuwelijk tussen haar en de man rechtsgeldig is volgens Belgisch recht en derhalve erkend moet worden in Nederland. De vrouw wilde het huwelijk niet erkend zien en tevens de familierechtelijke relatie tussen de man en hun kind betwisten, met verzoek tot wijziging van de geboorteakte.
Het hof oordeelde dat het huwelijk geldig was volgens Belgisch recht en dat dit huwelijk ingevolge het Haagse Huwelijksverdrag en de Wet conflictenrecht huwelijk in Nederland erkend moet worden. De vrouw was te goeder trouw dat het huwelijk rechtsgeldig was gesloten. Het hof wees de verzoeken tot ontkenning van het huwelijk en wijziging van de geboorteakte af.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht het Belgische recht heeft toegepast en dat het huwelijk rechtsgeldig is. Ook is geen sprake van strijd met de Nederlandse openbare orde die erkenning zou kunnen weigeren. De motiveringen van het hof worden als voldoende beoordeeld. Het beroep van de vrouw wordt verworpen.
De uitspraak bevestigt dat religieuze huwelijken die rechtsgeldig zijn volgens het lex loci celebrationis erkend worden en dat de familierechtelijke status van het kind aan dat huwelijk verbonden blijft. Dit heeft gevolgen voor de registratie van de geslachtsnaam en de juridische positie van het kind.
De Hoge Raad benadrukt dat de beoordeling van de geldigheid van het huwelijk in internationaal privaatrecht plaatsvindt naar het recht van de plaats van voltrekking en dat de erkenning in Nederland daarop gebaseerd is, tenzij sprake is van strijd met de openbare orde.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het buitenlandse Imamhuwelijk wordt erkend en de familierechtelijke status van het kind blijft ongewijzigd.