ECLI:NL:PHR:2005:AS9235
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat schending fair trial in eerste aanleg niet altijd leidt tot terugverwijzing
In deze zaak werd verdachte in eerste aanleg veroordeeld voor loonbelastingfraude. Verdachte voerde verweer dat zijn recht op een eerlijk proces was geschonden doordat hij het omvangrijke dossier pas drie dagen voor de zitting ontving, waardoor hij zich onvoldoende kon voorbereiden. De rechtbank wees een verzoek tot aanhouding af en het hof verwierp het preliminaire verweer dat de zaak naar de rechtbank moest worden terugverwezen.
Het hof erkende dat het recht op een eerlijk proces, waaronder voldoende voorbereidingstijd valt, in eerste aanleg niet was nageleefd. Echter, het hof oordeelde dat terugverwijzing alleen vereist is als de eerste aanleg niet door een onpartijdige rechterlijke instantie heeft plaatsgevonden of als een kernpersoon niet op juiste wijze was geïnformeerd. Omdat verdachte in hoger beroep alle gelegenheid had zich te verdedigen, was het verzuim voldoende hersteld.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg van artikel 423 Sv Pro en verduidelijkte dat terugverwijzing niet volgt als de rechter in eerste aanleg zich met de hoofdzaak heeft beziggehouden, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe berechting, stellende dat de behandeling in eerste aanleg onterecht was aangevangen gezien het gebrek aan voorbereidingstijd en het niet honoreren van het aanhoudingsverzoek.
Deze uitspraak benadrukt het belang van voldoende voorbereidingstijd en eerlijke behandeling in alle instanties en geeft nadere invulling aan het fair trial-beginsel onder artikel 6 EVRM Pro in het Nederlandse strafproces.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor nieuwe berechting wegens schending van het recht op een eerlijk proces in eerste aanleg.