ECLI:NL:PHR:2005:AS9296

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02548/04 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 SvArt. 30.1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beslissing voortzetting beslag originele boekhouding wegens onvoldoende motivering

De rechtbank Groningen had op 11 februari 2004 het beklag van verzoekster tegen de voortzetting van het beslag op haar originele boekhouding over de jaren 1997 tot en met 2000 ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het strafvorderlijk belang bij voortzetting van het beslag zwaarder woog dan het belang van verzoekster bij teruggave, mede omdat verzoekster zich op andere wijze van de benodigde gegevens kon voorzien om aan haar fiscale verplichtingen te voldoen.

Verzoekster, tevens verdachte, stelde dat de ter beschikking gestelde kopieën onvoldoende waren vanwege gebrek aan onderscheidend vermogen en volledigheid om aan haar fiscale verplichtingen te voldoen. De rechtbank heeft echter niet duidelijk gemaakt op welke andere wijze verzoekster zich van de benodigde gegevens zou kunnen voorzien. Ook is niet gebleken dat de officier van justitie hierop is ingegaan tijdens de raadkamer.

De Hoge Raad oordeelt dat de motivering van de rechtbank onvoldoende is om het beslag voort te zetten, nu het belang van verzoekster niet adequaat is meegewogen en onvoldoende is onderbouwd hoe zij zich anders van de gegevens kan voorzien. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Groningen voor een nieuwe beslissing op het beklag.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beslissing op het beklag.

Conclusie

Nr.02548/04 B
Mr. Jörg
Zitting 8 maart 2005
Conclusie inzake:
[klaagster]
1. Bij beslissing van 11 februari 2004 heeft de rechtbank te Groningen het beklag strekkende tot opheffing van het beslag en tot teruggave aan verzoekster van de originele boekhouding over de jaren 1997 tot en met 2000 ongegrond verklaard.
2. Namens verzoekster heeft mr. C.H.J. van der Maas, advocaat te Groningen, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Gezien de toelichting klaagt het middel erover dat de rechtbank ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft geoordeeld dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van de inbeslaggenomen originele administratie aan verzoekster.
4. Art. 24 Sv Pro bepaalt dat de beschikking met redenen omkleed moet zijn. Welke motivering voldoende is, is afhankelijk van de aard van de bezwaren. Wordt in het klaagschrift de toelaatbaarheid van de inbeslagneming zelf ontkend, dan is de enkele motivering dat het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet onvoldoende. Wanneer alleen geklaagd wordt over de continuering van het beslag, dan kan in de regel met een dergelijke formulering worden volstaan; in de regel, want in het licht van de aangevoerde argumenten kan die algemene motivering toch te schraal zijn.(1)
5. De rechtbank heeft in haar beschikking het volgende beslist:
"BEOORDELING:
Na onderzoek in raadkamer is de rechtbank tot het oordeel gekomen, dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave van het inbeslaggenomene aan klaagster. Dit strafvorderlijk belang dient zwaarder te wegen dan het zakelijk belang van klaagster bij teruggave, temeer daar klaagster zich om aan haar fiscale verplichtingen te voldoen ook op andere wijze van de benodigde gegevens kan voorzien.
De rechtbank zal het klaagschrift derhalve ongegrond verklaren."
6. Blijkens het voorgaande heeft de rechtbank overwogen dat het strafvorderlijk belang het voortduren van het beslag vordert. Met dit oordeel heeft de rechtbank de juiste maatstaf toegepast.
7. De rechtbank heeft in dat oordeel meegewogen dat verzoekster zich ook op andere wijze van de benodigde gegevens kan voorzien teneinde aan haar fiscale verplichtingen te voldoen.
8. Vooropgesteld zij dat het proces-verbaal van behandeling in raadkamer(2) grotendeels bestaat uit handgeschreven verklaringen welke door middel van incomplete zinnen zijn weergeven en mitsdien aan duidelijkheid te wensen overlaat.
9. Echter, de in raadkamer afgelegde verklaring van verzoekster, bij monde van haar vertegenwoordiger T.W.T. Grondstra, komt mijns inziens daarop neer dat verzoekster de teruggave van de originele boekhouding wenst aangezien de haar verstrekte kopieën zowel in onderscheidend vermogen (o.a. gezien de kleur en vorm van originele bescheiden) alsmede in volledigheid onvoldoende zijn om aan de verplichtingen tegenover de fiscus te kunnen voldoen.
10. De officier van justitie is tijdens de behandeling in raadkamer niet, althans dat blijkt niet uit het proces-verbaal, ingegaan op hetgeen door verzoekster, bij monde van haar vertegenwoordiger is aangevoerd.
11. Kennelijk verenigde de rechtbank zich met de klacht van verzoekster dat de ter beschikking gestelde fotokopieën van de stukken uit de boekhouding onvoldoende onderscheidend vermogen hebben om verzoekster in staat te stellen aan haar fiscale verplichtingen te voldoen. Anders had de overweging dat verzoekster op andere wijze aan haar fiscale verplichtingen kon voldoen achterwege kunnen blijven.
12. Het proces-verbaal maakt geen melding van enige andere wijze waarop de verdachte B.V. aan haar fiscale verplichtingen zou kunnen voldoen, dan door raadpleging van haar eigen boekhouding. Mij schiet die ook niet - als van algemene bekendheid - zomaar te binnen. Nu de rechtbank niet duidelijk heeft gemaakt op welke andere wijze verzoekster zich van de benodigde gegevens zou kunnen voorzien om aan haar fiscale verplichtingen te voldoen en deze overweging mede bepalend is geweest voor het oordeel dat het strafvorderlijk belang zich tegen teruggave verzet ben ik van mening dat laatstgenoemd oordeel niet zonder meer begrijpelijk is.
13. Het middel slaagt.
14. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
15. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank te Groningen, opdat aldaar opnieuw op het beklag wordt beschikt.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie Vellinga-Schootstra, Inbeslagneming en huiszoeking, p. 252.
2 Door de rechtbank geformuleerd als "proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige raadkamer voor strafzaken".