ECLI:NL:PHR:2005:AS9409
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel met beoordeling redelijke termijn
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf en een maatregel van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel. De verdachte voerde onder meer aan dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor het openbaar ministerie niet ontvankelijk zou zijn of dat strafvermindering en vermindering van de ontnemingsmaatregel moesten volgen.
Het hof had in de hoofdzaak de overschrijding van de redelijke termijn erkend maar dit niet als reden gezien voor niet-ontvankelijkheid en had rekening gehouden met de termijnoverschrijding bij de strafoplegging door een strafvermindering toe te passen. In de ontnemingszaak had het hof nagelaten een uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing te geven over het verweer van termijnoverschrijding.
De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van een beslissing op het termijnverweer in de ontnemingszaak terecht tot vernietiging leidt voor zover het de vervangende hechtenis betreft, maar dat het hof het verweer in de hoofdzaak terecht heeft verworpen en dat het beroep voor het overige moet worden afgewezen. De Hoge Raad benadrukt dat in samenhangende zaken met één verweer een enkele compensatie volstaat.
De strafoplegging betrof een gevangenisstraf van negen maanden waarvan drie voorwaardelijk, en de ontnemingsmaatregel betrof een betalingsverplichting van € 2268,90 met subsidiaire hechtenis. De Hoge Raad verbetert het dictum voor zover nodig en bevestigt de rechtspraak omtrent overschrijding redelijke termijn en de gevolgen daarvan.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest voor vervangende hechtenis wegens niet-beslissing op termijnverweer, wijst beroep verder af.