ECLI:NL:PHR:2005:AT1756
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs bij voordeel trekken uit bijstandsfraude
De verdachte werd door het Hof Den Haag veroordeeld voor het meermalen opzettelijk voordeel trekken uit de opbrengst van bijstandsfraude gepleegd door zijn partner, met wie hij een duurzame gezamenlijke huishouding voerde. Het Hof baseerde zijn oordeel op feiten zoals het samenwonen, de relatie, en het gezamenlijk gebruik van goederen en diensten.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het Hof niet voldoende had gemotiveerd dat sprake was van een duurzame gezamenlijke huishouding en dat de bewezenverklaring niet uit de bewijsmiddelen volgde. De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel buiten behandeling kon blijven, maar dat het tweede middel slaagde omdat uit de bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat de verdachte wist dat goederen en diensten geheel of gedeeltelijk met misdrijf verkregen geld werden bekostigd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde behandeling. Er werden geen gronden gevonden om het arrest ambtshalve te vernietigen. De zaak betreft de uitleg van artikel 141 van Pro de Algemene Bijstandswet en de toepassing daarvan op het begrip gezamenlijke huishouding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.