ECLI:NL:PHR:2005:AT2622
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in cassatie wegens hoger beroep tegen tussenvonnis
In deze zaak is eiser in cassatie gekomen tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin hij niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep tegen een tussenvonnis van de kantonrechter Rotterdam. Het tussenvonnis betrof een beslissing in een verzetprocedure tegen een verstekvonnis.
Het hof oordeelde dat het tussenvonnis een tussenvonnis in de zin van artikel 232 lid 1 Rv Pro is en dat hoger beroep slechts samen met het eindvonnis kan worden ingesteld, conform artikel 337 lid 2 Rv Pro zoals sinds 1 januari 2002 geldt. Eiser stelde dat het oude recht van toepassing zou zijn, maar de Hoge Raad bevestigde dat voor het aanwenden van rechtsmiddelen tegen beslissingen na de wetswijziging van 6 december 2001 het nieuwe recht geldt.
De Hoge Raad concludeert dat eiser niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep omdat het hoger beroep tegen het tussenvonnis niet mogelijk was. Daarnaast faalden de middelen die stelden dat het hof zijn motiveringsplicht had geschonden en dat het recht op een eerlijk proces was geschonden door niet in te gaan op de memorie van grieven.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens hoger beroep tegen een tussenvonnis.