ECLI:NL:PHR:2005:AT2708
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste bewezenverklaring bij rijden met ingevorderd rijbewijs
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld wegens het besturen van een motorrijtuig terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. Het hof had het bewezenverklaarde gebaseerd op het feit dat het rijbewijs van de verdachte van 22 februari 2003 tot 21 augustus 2003 was ingevorderd. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor negen maanden.
De verdediging voerde meerdere klachten aan tegen de bewijsvoering, waaronder tegenstrijdigheden in de vaststellingen van het hof over de duur en grondslag van de invordering van het rijbewijs, en het ontbreken van bewijs dat de verdachte reed met een voertuig waarvoor hij bevoegd was. De Hoge Raad concludeert dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door het bewezenverklaarde te baseren op een andere wettelijke grondslag dan die in de tenlastelegging was opgenomen.
De Hoge Raad stelt vast dat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd en niet kan volgen uit de gebezigde bewijsmiddelen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het betreft het rijden met een ingevorderd rijbewijs en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling door een ander hof. De overige klachten worden verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.