ECLI:NL:PHR:2005:AT3084
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring en proceskostenveroordeling bij beroepsfout notaris in onroerend goed overdracht
In deze zaak vordert eiser schadevergoeding van verweerder, een voormalig notaris, wegens het verlijden van niet-authentieke transportakten in 1973 en 1976. Eiser stelt dat verweerder een beroepsfout heeft gemaakt en dat hij daardoor schade heeft geleden. De rechtbank wijst de vordering af wegens verjaring en omdat de kosten voor het opstellen van een akte van verjaring niet noodzakelijk waren.
Het hof bekrachtigt het vonnis, maar oordeelt dat inschrijving van de verjaring voor rechtszekerheid zorgt en dat het verjaringsverweer terecht is gehonoreerd. Het hof compenseert de proceskosten, wat eiser betwist. De Hoge Raad oordeelt dat het hof het verjaringsverweer terecht heeft beoordeeld, ook zonder partijen nader te horen, en bevestigt dat de brief uit 1996 niet als stuiting van verjaring geldt.
De Hoge Raad vernietigt echter het deel van het arrest waarin het hof de proceskosten compenseert, omdat eiser als geheel in het ongelijk is gesteld en daarom in de kosten veroordeeld moet worden. De zaak wordt terugverwezen voor een juiste proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen, het arrest wordt vernietigd voor zover het de proceskosten betreft, en eiser wordt alsnog in de proceskosten veroordeeld.