ECLI:NL:PHR:2005:AT3135
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over nietigheid Europees octrooi wegens onvoldoende nawerkbaarheid en industriële toepasbaarheid
In deze zaak stond de geldigheid van een Europees octrooi van Navcom centraal, dat betrekking had op een voertuiggeleidingssysteem. Philips voerde aan dat het octrooi nietig was wegens onvoldoende nawerkbaarheid en ontbrak aan industriële toepasbaarheid. De rechtbank en het hof hadden het octrooi nietig verklaard op basis van deze gronden.
De Hoge Raad onderzocht of onder het tot 1 december 1987 geldende octrooirecht een octrooi nietig kon worden verklaard wegens onvoldoende nawerkbaarheid, en of dit ook kon leiden tot het ontbreken van industriële toepasbaarheid. De Hoge Raad oordeelde dat onvoldoende nawerkbaarheid niet automatisch leidt tot nietigheid wegens het ontbreken van industriële toepasbaarheid en dat beide vereisten afzonderlijk moeten worden beoordeeld.
Verder werd vastgesteld dat het vereiste van nawerkbaarheid en het vereiste van inventiviteit verschillende functies hebben binnen het octrooirecht. Het ontbreken van een nawerkbare beschrijving betekent niet per definitie dat de uitvinding niet inventief is. De Hoge Raad concludeerde dat het hof terecht het octrooi nietig had verklaard, maar niet op de grond van onvoldoende nawerkbaarheid alleen.
De uitspraak benadrukt het belang van de juiste interpretatie van de overgangsregels van de oude en nieuwe Rijksoctrooiwet en bevestigt dat terugwerkende kracht van nieuwe nietigheidsregels niet aan de orde is. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwierp het incidentele cassatieberoep van Philips.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat onvoldoende nawerkbaarheid onder het oude octrooirecht geen zelfstandige grond voor nietigheid is.