ECLI:NL:PHR:2005:AT3643
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over ontdoen van gevaarlijke afvalstoffen met seleenconcentratie
Deze zaak betreft het cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld wegens het zich ontdoen van gevaarlijke afvalstoffen, te weten veegvuil met een seleenconcentratie hoger dan de toegestane grenswaarde, in strijd met de Wet milieubeheer (Wm).
De Hoge Raad behandelt onder meer de uitleg van het begrip 'afvalstof' in het licht van Europese richtlijnen, de geldigheid en duidelijkheid van de tenlastelegging, en de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Tevens wordt ingegaan op de bewijsvraag omtrent de representativiteit en rechtmatigheid van de bemonstering van het veegvuil.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het begrip afvalstof uitlegt conform Richtlijn 75/442/EEG en Richtlijn 91/689/EEG, waarbij het zich ontdoen van de stof het cruciale element is. Het hof heeft het verweer dat het begrip onvoldoende duidelijk is verworpen, mede gelet op de professionele positie van verdachte. Ook is geoordeeld dat de nationale regeling niet in strijd is met het EEG-verdrag.
Het hof heeft de bewijsmiddelen, waaronder het rapport van het Bureau Milieumetingen, voldoende gemotiveerd aanvaard en het bewijsuitsluitingsverweer verworpen. De Hoge Raad verwerpt de cassatiemiddelen en bevestigt het arrest van het hof, waarbij de veroordeling tot een geldboete wegens overtreding van de Wet milieubeheer in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling wegens het zich ontdoen van gevaarlijke afvalstoffen met seleen.