ECLI:NL:PHR:2005:AT4418
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking van het verschoningsrecht van advocaten bij doorzoeking en inbeslagneming in geval van ernstig strafbaar feit
In deze zaak stond de vraag centraal of en in hoeverre het verschoningsrecht van een advocaat kan worden beperkt bij een doorzoeking en inbeslagneming van stukken in diens praktijkruimte. De advocaat werd verdacht van ernstige strafbare feiten waaronder witwassen en valsheid in geschrifte. De rechter-commissaris had zonder toestemming van de advocaat bescheiden in beslag genomen, waarbij ook de Deken van de Orde van Advocaten aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van zeer uitzonderlijke omstandigheden die het belang van waarheidsvinding zwaarder laten wegen dan het verschoningsrecht. Dit omdat de advocaat werd verdacht van ernstige feiten en er een zwaarwegend onderzoeksbelang bestond ten aanzien van medeverdachten. De rechtbank vond de inbeslagneming van de stukken rechtmatig.
De advocaat klaagde tegen deze beslissing, maar de Hoge Raad bevestigde dat het verschoningsrecht niet absoluut is en kan wijken indien het belang van de strafvordering en waarheidsvinding dit vereist. Daarbij moet de inbreuk op het verschoningsrecht strikt beperkt blijven tot wat noodzakelijk is en moet worden voorkomen dat de belangen van andere cliënten onevenredig worden geschaad.
De Hoge Raad benadrukte dat het oordeel over uitzonderlijke omstandigheden niet in een algemene regel kan worden samengevat en dat de verdenking van een ernstig strafbaar feit, zoals het vormen van een crimineel samenwerkingsverband met cliënten, een dergelijke situatie kan vormen. Ook het onderzoeksbelang ten aanzien van medeverdachten mag meewegen. De rechtbank mocht kennisnemen van de stukken om te beoordelen of deze het voorwerp van het strafbare feit uitmaken, en het standpunt van de advocaat dat dit niet zo was, mocht worden gepasseerd omdat er geen redelijke twijfel over bestond.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de rechtmatigheid van de inbeslagneming en de beperking van het verschoningsrecht in deze uitzonderlijke omstandigheden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de rechtmatigheid van de inbeslagneming ondanks het verschoningsrecht van de advocaat.