ECLI:NL:PHR:2005:AT4542
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt alimentatieberekening en bewijsstand inzake antiekinkomsten en woonlasten na echtscheiding
Partijen zijn na een langdurig huwelijk gescheiden en voeren een geschil over de alimentatie die de man aan de vrouw moet betalen. De vrouw vordert een hogere alimentatie gebaseerd op haar behoefte en de draagkracht van de man. De man betwist onder meer de noodzaak van dubbele woonlasten en stelt dat de vrouw extra inkomsten geniet uit de verkoop van antiek.
Het hof heeft geoordeeld dat de dubbele woonlasten slechts deels in aanmerking worden genomen omdat het deels een vrije keuze van de vrouw betreft en de lasten bovenmatig zijn. Tevens heeft het hof het bewijsaanbod van de man om te bewijzen dat de vrouw nog steeds substantieel verdient aan antiekverkoop, als onvoldoende gespecificeerd afgewezen. De vrouw heeft gesteld dat haar inkomsten uit antiekverkoop verwaarloosbaar zijn en zij deze activiteiten heeft gestaakt.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukt dat de vrouw niet verplicht is haar inkomsten te verhogen en dat de alimentatie wordt vastgesteld op basis van behoefte en draagkracht. Het bewijsaanbod van de man was te algemeen en onvoldoende concreet. Ook de betwisting van samenwoning van de man met een derde is door het hof terecht beoordeeld.
De Hoge Raad concludeert dat de motivering van het hof toereikend is en dat de klachten van partijen niet tot cassatie kunnen leiden. De alimentatie blijft vastgesteld op het door het hof bepaalde bedrag, waarbij rekening is gehouden met de relevante woonlasten en de draagkracht van de man.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt het hof, waarbij de alimentatie wordt vastgesteld op €345 per maand met aangepaste woonlasten en zonder rekening te houden met onvoldoende bewezen extra inkomsten uit antiekverkoop.