ECLI:NL:PHR:2005:AT4929
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale kwalificatie inkoop eigen aandelen ter tijdelijke belegging bij overname
Belanghebbende, een beursgenoteerde vennootschap, kocht eigen aandelen in verband met een voorgenomen overname van een andere vennootschap (Target). Het Hof oordeelde dat een deel van de inkoop als tijdelijke belegging kon worden aangemerkt, mits het oogmerk was het belang van de vennootschap te dienen en het risicodragend vermogen niet afnam. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad benadrukte dat de kwalificatie van tijdelijke belegging slechts afhangt van twee criteria: (i) de aandelen zijn voor dadelijke wederverkoop vatbaar (objectief criterium) en (ii) de aandelen zijn als voorbijgaande belegging verworven met een reële verwachting van korte termijn wederverkoop (subjectief criterium). Het Hof had ten onrechte het criterium van het dienen van het vennootschappelijk belang en het risicodragend vermogen toegevoegd.
Daarnaast stelde de Hoge Raad dat de feitelijke omstandigheden ten tijde van de inkoop doorslaggevend zijn voor het subjectieve criterium. In deze zaak ontbraken concrete, uitgewerkte plannen voor de overname en was er geen reële verwachting dat de aandelen binnen afzienbare tijd zouden worden doorverkocht. Daarom was de kwalificatie als tijdelijke belegging onjuist.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en oordeelde dat de inkoop van aandelen niet als tijdelijke belegging kon worden aangemerkt. Tevens werd bevestigd dat de boekhoudkundige verwerking van de inkoop geen invloed heeft op de fiscale heffing van dividendbelasting, die uitsluitend afhangt van het gemiddeld gestort kapitaal en de inkoopsom.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd; de inkoop van eigen aandelen kwalificeert niet als tijdelijke belegging en is belast met dividendbelasting.