ECLI:NL:PHR:2005:AT5155
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige overdracht melkquotum door familieleden pachter jegens verpachter
In deze zaak staat centraal of familieleden van een pachter onrechtmatig jegens de verpachter hebben gehandeld door medewerking te verlenen aan de overdracht van het melkquotum aan een ander dan de verpachter. De verpachter had de pachtovereenkomst met de zoon ontbonden en vorderde schadevergoeding van de moeder en dochter, die respectievelijk erfgenaam en verkrijger van het melkquotum waren.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof stelde de verpachter in het gelijk en oordeelde dat de moeder en dochter onrechtmatig hadden gehandeld door het melkquotum aan de dochter over te dragen, terwijl de pachter verplicht was het melkquotum bij het einde van de pacht aan de verpachter over te dragen tegen vergoeding. De Hoge Raad bevestigt dat de moeder en dochter een zelfstandige zorgvuldigheidsnorm jegens de verpachter hadden geschonden, ook al rustte de contractuele verplichting tot overdracht slechts op de pachter.
De Hoge Raad overweegt dat de handelwijze van de moeder en dochter het stelsel van de pachtrechtspraak ondermijnt en dat hun handelen in strijd is met de zorgvuldigheid die zij in het maatschappelijk verkeer jegens de verpachter hadden te betrachten. Het beroep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat moeder en dochter onrechtmatig hebben gehandeld jegens de verpachter door medewerking aan de overdracht van het melkquotum.