ECLI:NL:PHR:2005:AT5158
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid voor gebruik Europool-constructie bij inlenen Poolse arbeidskrachten
In deze zaak staat centraal of eiseres terecht hoofdelijk aansprakelijk is gesteld voor loonheffing en omzetbelasting die Europool verschuldigd is vanwege het inlenen van Poolse arbeidskrachten. Europool gebruikte een constructie waarbij fictieve koop-/verkoopovereenkomsten met Poolse Spolka's werden gesloten om de feitelijke inlening van arbeidskrachten te camoufleren. De Belastingdienst stelde eiseres aansprakelijk op grond van de Invorderingswet 1990 en de Wet financiering volksverzekeringen.
De rechtbank en het hof Amsterdam oordeelden dat de koop-/verkoopovereenkomsten fictief waren en dat eiseres gebruikmaakte van de Europool-constructie. Het hof baseerde zich mede op een onherroepelijk strafarrest tegen de bestuurder van Europool wegens belastingfraude. Eiseres voerde aan dat de overeenkomsten reëel waren en dat zij geen werknemers van Europool inleende, maar slaagde er niet in haar betwisting voldoende te onderbouwen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de bewijslast voor het gebruik van de Europool-constructie op de Ontvanger rust, en dat deze voldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die niet voldoende zijn betwist door eiseres. Het strafvonnis tegen de bestuurder van Europool levert dwingend bewijs op van de Europool-constructie in het algemeen. De Hoge Raad verwerpt de cassatie en bevestigt de aansprakelijkheid van eiseres.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkheid van eiseres voor de loonheffing en omzetbelasting.