ECLI:NL:PHR:2005:AT5467
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijsopdracht en proceskosten bij niet-nakoming koopovereenkomst onroerend goed
In deze zaak staat centraal de koopovereenkomst van 22 oktober 1979 waarbij eiser een perceel grond van verweerder kocht onder de voorwaarde dat transport en betaling zouden plaatsvinden na afgifte van een bouwvergunning. Verweerder stelde dat partijen waren overeengekomen dat de voorwaarden op korte termijn vervuld moesten zijn. Het hof stond verweerder toe bewijs te leveren van deze stelling, waaronder getuigenverklaringen, en oordeelde dat verweerder daarin was geslaagd. Hierdoor vernietigde het hof eerdere vonnissen en wees de vordering van eiser af.
Eiser stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof over de bewijsopdracht en de bewijswaardering. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het bewijsaanbod van verweerder had toegelaten en dat het oordeel over de bewijswaardering begrijpelijk was. De Hoge Raad benadrukte dat getuigenverklaringen vrije bewijskracht hebben en dat de rechter slechts beperkt gemotiveerd hoeft te zijn over de waardering van bewijs.
Daarnaast kwam de proceskostenveroordeling aan de orde. De rechtbank had verweerder veroordeeld in de kosten, maar het hof had eiser veroordeeld in de kosten na vernietiging van de eerdere vonnissen. Het cassatiemiddel stelde dat het hof een misslag had begaan door bepaalde kosten niet mee te nemen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof inderdaad een vergissing had gemaakt ten aanzien van de kosten van het deskundigenbericht, maar dat verwijzing noodzakelijk was om de proceskosten nader vast te stellen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel voor zover het de bewijsopdracht en bewijswaardering betrof, maar vernietigde het arrest van het hof wat betreft de proceskostenveroordeling en verwees de zaak voor verdere afdoening terug.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp cassatie over bewijsopdracht en bewijswaardering, vernietigde proceskostenveroordeling en verwees terug voor nadere afdoening.