ECLI:NL:PHR:2005:AT5545
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijslastverdeling bij betwisting betaling facturen mobiele telefonie
In deze zaak vordert Orange Nederland B.V. betaling van openstaande facturen voor mobiele telefoondiensten van [eiser]. [Eiser] voert verweer door te stellen dat hij een deel van de facturen reeds heeft voldaan en legt betalingsbewijzen over. Orange stelt echter dat de bank de automatische incasso's heeft gestorneerd.
De kantonrechter oordeelt dat het aan [eiser] is om te bewijzen dat hij daadwerkelijk heeft betaald, omdat hij zich beroept op het rechtsgevolg van betaling. [Eiser] heeft volgens de kantonrechter geen voldoende bewijsaanbod gedaan, waardoor hij niet in de gelegenheid wordt gesteld dit te bewijzen. De vordering van Orange wordt toegewezen.
In cassatie betoogt [eiser] dat de bewijslast onjuist is verdeeld en dat Orange, nu zij erkent dat betaling heeft plaatsgevonden, moet bewijzen dat de bedragen zijn gestorneerd. De Hoge Raad wijst dit middel af, onder meer omdat art. 80 RO Pro geen rechtsklachten tegen kantonrechtervonnissen toelaat en omdat de bewijslastregel inhoudt dat de partij die zich beroept op een rechtsgevolg de bewijslast draagt.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de hoofdregel dat de partij die zich beroept op betaling deze moet bewijzen, ook als de wederpartij een betwisting indient. De klacht over de bewijslastverdeling faalt tevens wegens gebrek aan feitelijke grondslag en onvoldoende motivering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de kantonrechter blijft in stand.