ECLI:NL:PHR:2005:AT5721
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewijs en onrechtmatigheden bij bewijsvergaring
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte is veroordeeld voor een gekwalificeerde afpersing en pogingen daartoe. Het eerste middel klaagt over de ontoereikende motivering van de bewezenverklaring voor de feiten 1 en 2, die uitsluitend berust op de verklaring van één getuige zonder voldoende steunbewijs. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft toegelicht waarom de verklaringen voldoende bewijs vormen, met name omdat de emotionele reactie van de aangeefster bij de spiegelconfrontatie geen betrekking had op het tenlastegelegde.
Het tweede middel betreft de bewijsuitsluiting wegens schending van het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek. Het hof heeft geoordeeld dat de niet-strikte naleving van het Besluit niet automatisch leidt tot bewijsuitsluiting, omdat geen aanwijzingen zijn dat de politie de resultaten bewust heeft beïnvloed. De Hoge Raad bevestigt dat bewijsuitsluiting alleen aan de orde is bij aanzienlijke schendingen van belangrijke voorschriften en acht de motivering van het hof begrijpelijk.
Het derde middel klaagt over onrechtmatig binnentreden in de woning van verdachte en de daarop volgende aanhouding. Het hof heeft geoordeeld dat de aanhouding rechtmatig was omdat verdachte vrijwillig op het verzoek van de politie is ingegaan om mee naar buiten te komen, waardoor het eventuele onrechtmatig binnentreden niet relevant is voor de bewijswaardering.
De Hoge Raad verklaart het eerste middel gegrond en vernietigt het arrest voor zover het betrekking heeft op de feiten 1 en 2 en de strafoplegging. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde en de strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.