ECLI:NL:PHR:2005:AT5773
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot horen getuigen in Antilliaanse strafzaak
In deze strafzaak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba werd verdachte veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor mishandeling, bedreiging, verkrachting en medeplegen van poging tot doodslag. Verdachte stelde cassatie in tegen het oordeel van het Hof dat het verzoek om bepaalde getuigen te horen onvoldoende was gemotiveerd en daarom werd afgewezen.
De Hoge Raad overwoog dat het Hof de juiste maatstaf hanteerde door te toetsen of het horen van de getuigen noodzakelijk was in het licht van het equality of arms-beginsel uit artikel 6 EVRM Pro. De verdediging had onvoldoende concreet aangegeven wat zij aan de getuigen wilde voorhouden of welke verklaringen zij betwistte. Daarnaast werd de verklaring van de eerste getuige ondersteund door de verklaring van verdachte zelf, en de verklaring van de tweede getuige werd bevestigd door een mededader.
De Hoge Raad concludeerde dat het Hof niet onjuist of onbegrijpelijk had geoordeeld dat het verzoek tot het horen van deze getuigen niet noodzakelijk was. Er was dus geen schending van het recht van verdachte om getuigen te ondervragen. Het cassatieberoep faalde en werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot het horen van getuigen wordt terecht afgewezen.