1Ontleend aan rov. 1 van het vonnis van de voorzieningenrechter waarnaar rov. 3 van het arrest van het hof verwijst, alsmede aan rov. 4.1 en 4.9 van het arrest van het hof.
2 Aldus rov. 4.1 onder e van het arrest waarvan beroep. Naast de aldaar vermelde procedures Wageningen/UPC (LJN AO2528, vonnis in bodemgeschil Rb. Amsterdam 28 januari 2004 gepubliceerd in Mediaforum 2004, nr. 7, p. 81) en Alphen aan den Rijn/Casema (LJN AO7093, vonnis Vzr. Rb. 's-Gravenhage 5 april 2004 gepubliceerd in Mediaforum 2004, nr. 24, p. 227 m.nt. redactie), en in het midden latend of deze procedures geheel identiek zijn, en of er niet nog méér min of meer identieke zijn, vond ik via LJN: AP7256, Vzr. Amsterdam 1 juli 2004, gevolgd door AQ6845, Hof Amsterdam 12 augustus 2004 (Amstelveen/Casema); AT0460, Vzr. Utrecht 1 februari 2005 (Zeist/CAI Zeist en Casema); AR3498, Vzr. 's-Gravenhage 8 oktober 2004, gevolgd door AT0305, Hof 's-Gravenhage 3 maart 2005 (Leiden/Kabel Rijnland en Casema); alsmede AT2883, Hof 's-Gravenhage 31 maart 2005 (Spijkenisse en zes andere gemeenten/UPC). Voorts is mij gebleken van de bodemprocedure Amstelveen/Casema: vgl. prod. 31 van de gemeente in hoger beroep. Ambtshalve ingewonnen informatie leerde mij dat in deze bodemprocedure Amstelveen/Casema pleidooien bij de Rechtbank te Amsterdam zijn voorzien op 27 juni 2005 (rolnummer rechtbank: 04/2292).
Ambtshalve ingewonnen informatie leerde mij voorts dat in de bodemprocedure Wageningen/UPC op 24 mei 2005 pleidooien bij het Hof te Amsterdam hebben plaatsgevonden (rolnummer hof: 04/755).
3 Het arrest is gepubliceerd in Mediaforum 2004, nr. 37, p. 317 met noot J. van den Beukel.
4 De cassatiedagvaarding is uitgebracht op 6 oktober 2004.
5 Kamerstukken II, 1999-2000, 27088 (Nota 'Kabel en consument: marktwerking en digitalisering'), nr. 2, p. 3 en Kamerstukken II, 2003-2004, 26643 ('Informatie- en communicatietechnologie (ICT)') en 27088, nr. 49, p. 2.
6 Kamerstukken II, 2003-2004, 26643 en 27088, nr. 49, pp. 2-3.
7 Kamerstukken II, 1999-2000, 27088, nr. 2, p. 13 en Kamerstukken II, 2003-2004, 26643 en 27088, nr. 49, p. 11.
8 Aanhangsel Handelingen TK, nrs. 929 en 1088, 2003-2004.
9 Aanhangsel Handelingen TK, nr. 929, 2003-2004, Kamerstukken II, 2003-2004, 26643 en 27088, nr. 49, pp. 10-11 en Kamerstukken II, 2003-2004, 27088, nr. 39, pp. 5-7.
10 Kamerstukken II, 2003-2004, 27088, nr. 39, p. 5.
11 Stb. 2004, 189. Deze nieuwe wetgeving diende ter implementatie van een zestal Europese richtlijnen (Richtlijn 2002/19-22EG, PbEG L108, Richtlijn 2002/58EG, PbEG L201 en Richtlijn 2002/77EG, PbEG L249).
12 Zie over de mogelijke maatregelen uitgebreid Kamerstukken II, 2002-2003, 28851, nr. 3 (MvA), pp. 26-31.
13 Kamerstukken II, 2002-2003, 28851, nr. 3 (MvT), pp. 9 en 32-34.
14 Kamerstukken II, 2004-2005, 27088, nr. 41 (d.d. 27 oktober 2004).
15 Vgl. het persbericht van de OPTA van 19 mei 2005 (www.opta.nl ) en de berichten in de media van 19 mei 2005 en de dagen daarna.
16 Kamerstukken II, 2004-2005, 27088, nr. 41.
17 Kamerstukken II, 2003-2004, 26643 en 27088, nr. 49, p. 11.
18 Kamerstukken II, 2003-2004, 27088, nr. 39, p. 6.
19 Kamerstukken II, 2003-2004, 26643 en 27088, nr. 49, p. 11.
20 Kamerstukken II, 2003-2004, 27088, nr. 39, pp. 6-7.
21 Wet van 5 juli 1997, Stb. 336.
22 Wet van 21 april 1987, Stb. 249, laatstelijk gewijzigd bij wet van 9 dec. 2004, Stb. 668.
23 Wet van 26 oktober 1988, Stb. 520. Vervallen bij wet van 29 maart 2000, Stb. 146.
24 Kamerstukken II, 2003-2004, 26643 en 27088, nr. 49, pp. 9, 10 en 14.
25 Zie Handelingen TK, 2003-2004, nr. 81, p. 5238.
26 Zie bijv. M.C. Burkens, Algemene leerstukken van grondrechten naar Nederlands constitutioneel recht, 1989, pp. 94-95; S.C. van Bijsterveld in A.K. Koekkoek (red.), De Grondwet, Een systematisch en artikelsgewijs commentaar, 2000, pp. 56-57; J.M. de Meij e.a., Uitingsvrijheid, De vrije informatiestroom in grondwettelijk perspectief, Otto Cramwinckel Amsterdam 2000, pp. 189-196 en, recent, A.W. Hins, Gemeentelijke bemoeienis en kabel: artikel 7, tweede lid, van de Grondwet nader bekeken, Mediaforum 2004, pp. 67-69.
27 Zie nader hieronder, nr. 5.2.
28 Vgl. hierboven mijn voetnoot 2.
29 Ik onderken dat zich in het dossier mappen bevinden met documenten uit de eerste instantie van de bodemprocedure Amstelveen/Casema, en dat er meer dan eens gerefereerd is aan de bodemprocedure Wageningen/UPC (die nog ter sprake komt in onderdeel 2 van het middel). Maar ik herinner in dit verband aan (o.m.) HR 8 januari 1999, nr. R98/039, NJ 1999, 342 (B/M) rov. 3.3.4, met betrekking tot de ongenoegzaamheid van verwijzingen in algemene termen naar stukken uit andere procedures, en ik wees hierboven al op gebrek aan wetenschap omtrent hetgeen in de hier bedoelde bodemprocedures inmiddels verder is voorgevallen.
30 Het onderdeel verwijst naar prod. 1 bij MvA/MvG in incidenteel appel en het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 januari 2004, rov. 6.
31 Zie HR 19 mei 2000, nr. C99/228, NJ 2001, 407 m.nt. HJS.
32 Zie voor de tekst van die overeenkomst prod. 1 bij MvA.
33 Het onderdeel verwijst naar prod. 1 van de gemeente.
34 HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635 m.nt. CJHB, AA 1981, p. 355 m.nt. PvS.
35 Van Dale, 13e druk 1999 bij lemma 'extensief': 'uitbreidende uitlegging'.
36 Ik citeer de slotalinea van art. 4.2 onder b (mijn curs., A-G): 'Het basispakket kan vanaf 1 januari 1999 zowel (al dan niet door de Gemeente aangewezen) televisieprogramma's bevatten die een vergoeding voor doorgifte eisen als televisieprogramma's die een vergoeding voor doorgifte betalen, in welk geval het saldo van de betaalde en de ontvangen vergoedingen doorberekend wordt in het hierboven vermelde tarief, met dien verstande echter dat indien in een kalenderjaar de door Koper ontvangen vergoedingen de door Koper betaalde vergoedingen overschrijden, het bedrag van die overschrijding, voorzover dit hoger is dan het bedrag van de overschrijding per 31 december 1998, door Koper niet in het tarief behoeft te worden doorberekend.'
37 Ook in de schriftelijke toelichting namens UPC, onder 33, laatste alinea, wordt de klacht niet toegelicht; ze wordt daar (in iets andere woorden) herhaald.
38 HR 15 november 1957, NJ 1958, 67 m.nt. LEHR (Baris/Riezenkamp).
39 Vaste jurisprudentie, ingezet met HR 18 juni 1982, NJ 1983, 723 m.nt. CJHB, AA 1983, p. 758 m.nt. Van Schilfgaarde (Plas/Valburg).
40 Zie hierover nader Asser-Hartkamp 4-II (2005), nrs. 160-161.
41 Zie bijv. Asser-Hartkamp 4-II (2005), nr. 160.
42 Het onderdeel verwijst naar de conclusie van eis in reconventie, onder 2.1-4.9 en de pleitnotities van mrs. Van Hooijdonk en Kroes, onder 2.1-2.8 en 4.1-4.12.
43 Het onderdeel verwijst naar prod. 2 bij MvA/MvG in incidenteel appel.
44 Het onderdeel verwijst naar de MvA/MvG in incidenteel appel, onder 6.14.
45 Het onderdeel verwijst de MvA/MvG in incidenteel appel, onder 1.4-1.7 en de pleitnotities van mrs. De Ru en Kroes, onder 3.1-3.9 en 4.4-4.9.
46 Het onderdeel verwijst naar de MvA/MvG in incidenteel appel, onder 1.4-1.7 en de pleitnotities van mrs. De Ru en Kroes, onder 3.1-3.9.
47 Zie de in de klacht vermelde vindplaatsen. In het A-dossier bevinden zich overigens pleitnotities uit een andere zaak (Casema/Amstelveen).
48 Het onderdeel verwijst naar de pleitnotities van mrs. De Ru en Kroes, onder 4.7-4.9.