ECLI:NL:PHR:2005:AT7093
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling notaris voor belemmeren verklaringsvrijheid en beoordeling verschoningsrecht bij huiszoeking
De zaak betreft een notaris die werd vervolgd wegens het opzettelijk beïnvloeden van de vrijheid van zijn boekhouder om een verklaring af te leggen tegenover een opsporingsambtenaar, in strijd met artikel 285a Sr. Het hof oordeelde dat de notaris zijn medewerker onder dreiging van ontslag verbood een verklaring af te leggen, wat een strafbaar feit opleverde. Daarnaast speelde de vraag of het verschoningsrecht van de notaris werd geschonden bij huiszoekingen en inbeslagnames van documenten.
Het hof vond dat hoewel er gebreken waren bij de uitvoering van de huiszoekingen, deze niet zodanig waren dat het verschoningsrecht van de notaris werd geschonden. De rechtbank had een zwaardere verdenking aangenomen, waarbij het verschoningsrecht inperking zou rechtvaardigen, maar het hof vond de verdenking niet ernstig genoeg om het verschoningsrecht te doorbreken. De Hoge Raad benadrukte dat misbruik van het notarisambt een ernstige verdenking kan vormen die het verschoningsrecht kan doorbreken, zeker bij herhaling.
De Hoge Raad bevestigde de vrijspraak voor de meeste tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs dat de notaris wist van valsheid in de akten. Het hof verwierp ook de beroepen op strafuitsluitingsgronden en psychische overmacht. De uitspraak benadrukt het belang van het verschoningsrecht, maar ook de grenzen daarvan bij ernstige verdenkingen van misbruik van het ambt. De veroordeling betrof een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Notaris veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken wegens belemmeren verklaringsvrijheid; vrijspraak voor overige feiten bevestigd.