ECLI:NL:PHR:2005:AT7314

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00361/05 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens verkeerde identiteit bij veroordeling poging vals paspoort

De aanvrager werd bij verstek veroordeeld wegens poging tot het verkrijgen van een vals paspoort. Later werd vastgesteld dat de persoon die op 29 juni 2003 werd aangehouden en op wie de veroordeling was gebaseerd, niet de aanvrager was. Dit bleek uit vingerafdrukken en politiefoto's die niet overeenkwamen.

Daarnaast toonde een proces-verbaal aan dat de aanvrager op de dag van het strafbare feit op zijn werk aanwezig was, wat door een administratief medewerker van zijn werkgever werd bevestigd. De Hoge Raad concludeert dat de politierechter de aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou hebben indien deze feiten bekend waren geweest.

De Hoge Raad verklaart daarom het herzieningsverzoek gegrond, beveelt zo nodig opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling volgens artikel 467 Sv Pro.

Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard en zaak verwezen naar gerechtshof voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 00361/05 H
Mr. Machielse
Zitting 7 juni 2005
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. Aanvrager van herziening is bij uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank Alkmaar van 14 juli 2003 wegens poging tot het op grond van valse gegevens doen verstrekken van een reisdocument bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden. De veroordeling is onherroepelijk geworden.
2. De herzieningsaanvrage is namens verzoeker ingediend door mrs. J.H.S. Vogel en P.M. Breukink, beiden advocaten te Alkmaar.
3. De aanvrage steunt op de stelling dat verzoeker niet de persoon is geweest die op 29 januari 2003 door de politie werd aangehouden terzake van het strafbare feit waarvoor verzoeker in bovenge-noemd vonnis is veroordeeld.
4. Ter staving van deze stelling zijn de volgende stukken in kopie overgelegd:
- een politiefoto (nr. PL1000:03:10039) van de op 29 juni 2003 aangehouden verdachte opgevende te zijn genaamd [Aanvrager] (bijlage I);
- een politiefoto (nr. PL1000:04:10064) van de op 14 februari 2004 wegens een zedenmisdrijf aangehouden verdachte [aanvrager] (bijlage II);
- een schrijven van 13 september 2004 van C. Bosveld van de Unit Dactyloscopie en Identificatie van het Korps Landelijke Politiediensten aan [verbalisant 1] van de Regiopolitie Noord Holland Noord, onder andere inhoudende dat de vingerafdrukken van de op 29 juni 2003 aangehouden persoon, zich noemende [Aanvrager], geboren [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] en de vingerafdrukken van de op 14 februari 2004 aangehouden [Aanvrager], geboren [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] niet identiek zijn (bijlage III);
- een proces-verbaal van bevindingen van 15 oktober 2004 van laatstgenoemde [verbalisant 1] van de regiopolitie Noord Holland Noord, onder andere inhoudende dat hij ([verbalisant 1]) op 5 oktober 2004 [aanvrager] heeft opgezocht in de P.I. Westlingen. Tijdens zijn bezoek zag hij dat [aanvrager] niet overeenkwam met de persoon op de foto van 29 juni 2003. Ook heeft [verbalisant 1] aan [aanvrager] de foto getoond van de op 29 juni 2003 aangehouden [aanvrager]. [Aanvrager] verklaarde de man op de foto nog nooit te hebben gezien (bijlage IV en VI);
- de in voornoemd proces-verbaal door [verbalisant 1] gerelateerde verklaring van verbalisanten [verbalisant 2 t/m 4] van de afdeling Zeden, inhoudende dat zij de man op de foto van 14 februari 2004 herkenden als zijnde [aanvrager] (bijlage V).
4.1 Tevens bevindt er zich bij de stukken een aanvullend proces-verbaal (nr. PL1010/03-106878) van 14 oktober 2003 van brigadier van politie [verbalisant 5]. Dit proces-verbaal houdt - onder andere - het volgende in:
"Op vrijdag 15 augustus 2003 verscheen in het bureau van politie te Alkmaar, een man die opgaf te zijn:
[aanvrager],
geboren te [geboorteplaats](1), op [geboortedatum] 1969,
wonende te [woonplaats], [a-straat 1].
[Aanvrager] vertelde dat hij op de Rechtbank te Alkmaar moest verschijnen omdat hij zich schuldig had gemaakt aan een poging tot het verkrijgen van een vals paspoort, althans op naam van een ander.
Verder verklaarde [aanvrager] dat hij nimmer voor dit feit op het bureau van politie was geweest en dit feit ook niet gepleegd had. Volgens [aanvrager] was hij op de dag waarop het verhoor zou hebben plaatsgevonden aan het werk bij Campina te Alkmaar (...). [Aanvrager] gaf een copie af van zijn identiteitskaart (...)(2).
Door mij verbalisante is op donderag 9 oktober 2003 contact opgenomen met [betrokkene 1], zijnde administratief medewerker van Campina Alkmaar. Op mijn vraag of hij middels een prikklokkaart kon nakijken of [aanvrager] op woensdag 29 januari 2003 op zijn werk aanwezig geweest was, verklaarde hij dat uit de administratie bleek dat genoemde [aanvrager] op woensdag 29 januari 2003 tussen 07.30 uur en 16.15 uur, op zijn werk aanwezig geweest was."
4.2 Het voorgaande brengt mij tot de conclusie dat de op 29 juni 2003 aangehouden persoon in ieder geval niet verzoeker is geweest en doet het ernstige vermoeden ontstaan dat de politierechter verzoeker zou hebben vrijgesproken indien hij hiermee bekend was geweest.
5. Ik concludeer dan ook dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het gerechtshof te Amsterdam opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv Pro opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Op de identiteitskaart van [Aanvrager] staat als geboorteplaats [geboorteplaats].
2 De identiteitskaart van [Aanvrager] bevat een foto die overeenkomt met de politiefoto van 14 februari 2004.