ECLI:NL:PHR:2005:AT7330
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsverdeling bij vergoeding verkoopactiviteiten grit
In deze zaak draait het om de vraag of eiseres recht heeft op een vergoeding van f 4,50 per verkochte ton grit door verweerster, ongeacht of zij daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht. Eiseres stelde dat deze vergoeding een compensatie betrof voor het verkrijgen van minder aandelen en productierechten dan gewenst. Het hof oordeelde dat het recht op vergoeding gekoppeld is aan de verrichte werkzaamheden en dat eiseres dit moet bewijzen.
De feiten betreffen een aandelenoverdracht waarbij eiseres en verweerster aandelen in Gritcentrale Noordzee B.V. kochten, waarbij eiseres de verkoop voor verweerster zou verzorgen tegen een vergoeding per verkochte ton. Eiseres factureerde deze vergoeding, maar verweerster betaalde niet. Na diverse procedures oordeelde het hof dat eiseres niet slaagde in haar bewijsopdracht dat zij recht had op de vergoeding zonder de verrichte werkzaamheden.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat eiseres de bewijslast draagt voor haar stelling dat het recht op vergoeding bestond ongeacht de verrichte werkzaamheden. Het hof heeft de compensatie-gedachte verworpen en de waardering van getuigenverklaringen is aan de feitenrechter. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de vordering tot betaling van de vergoeding afgewezen.