ECLI:NL:PHR:2005:AT7334
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onrechtmatig handelen psychiater en verklaring voor recht
De zaak betreft een vordering van eiser tegen de gezamenlijke erfgenamen van een psychiater, wegens onrechtmatig handelen in verband met rapportages en adviezen die leidden tot een onvoorwaardelijke terbeschikkingstelling en afwijzing van een WAO-uitkering. Eiser stelt dat de rapportages onzorgvuldig en tegenstrijdig waren en dat hij daardoor schade heeft geleden.
De rechtbank en het hof hebben de vordering afgewezen, waarbij het hof oordeelde dat eiser zijn vordering in hoger beroep had beperkt tot een verklaring voor recht en dat hij onvoldoende had gesteld omtrent het causaal verband en het belang bij zijn vordering. Het hof vond ook dat de stellingen van eiser onvoldoende waren om de zware beschuldigingen te dragen.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukt dat eiser tekort is geschoten in zijn stelplicht en dat de vordering onbegrijpelijk is omdat niet duidelijk is welk advies onjuist zou zijn. Daarnaast is onvoldoende belang bij de vordering aangetoond. De zaak wordt afgedaan op grond van artikel 81 RO Pro wegens gebrek aan belang en onvoldoende grieven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het vonnis van het hof bevestigd.