ECLI:NL:PHR:2005:AT7539
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Voortzetting huurovereenkomst kantine na verplaatsing camping en redelijkheid nieuw huurcontract
De zaak betreft een geschil over de voortzetting van een huurovereenkomst voor een houten kantinegebouw op een camping, nadat het gebouw naar een nieuw terrein was verplaatst. De oorspronkelijke overeenkomst liep van 1 januari 1993 tot 31 maart 1997 en werd beheerst door de bepalingen van het oude huurrecht voor bedrijfsruimte. Na verplaatsing bood Camping Zeeburg een nieuwe overeenkomst aan, die door eiser werd afgewezen.
De kantonrechter en rechtbank oordeelden dat de oorspronkelijke overeenkomst niet automatisch voortduurde op het nieuwe terrein en dat Camping Zeeburg slechts gehouden was een acceptabel aanbod te doen voor een nieuwe huurovereenkomst. Hoewel het aanbod enkele bepalingen bevatte die strijdig waren met dwingendrechtelijke voorschriften, achtte de rechtbank het contract niet onredelijk in zijn geheel. De voorgestelde huurprijs werd als onredelijk hoog beoordeeld, maar niet zodanig dat eiser geen andere keuze had dan het aanbod te weigeren.
Eiser stelde dat Camping Zeeburg niet tot onderhandelingen bereid was en dat het aanbod de optie in de oude overeenkomst frustreren. De Hoge Raad concludeert dat de rechtbank niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat Camping Zeeburg niet onder alle omstandigheden tot nader overleg verplicht was en dat eiser geen tegenbod hoefde te doen als onderhandelingen niet mogelijk waren. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere beoordeling, met name over de redelijkheid van het aanbod en de gevolgen van strijdige bepalingen in het contract.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de redelijkheid van het aanbod en de gevolgen van strijdige bepalingen.